Lucas Derks over ‘Geluk is deprimerend’

Geluk is deprimerend begint luchtig en neemt je stap voor stap mee in hoe depressie ontstaat om je direct daarna te verlossen van de depressieve donkerte. Een boek vol met provocerende uitspraken en oefeningen die het licht in je doen aanwakkeren. Een knap staaltje van autonoom denken.

Geluk is deprimerend - boek

Pluspunten

  • De wens van veel gedeprimeerden: ‘Ik wil gewoon gelukkig zijn’ wordt niet alleen kritisch onder de loep genomen, maar in Geluk is deprimerend wordt een werkbaar alternatief aangeboden.
  • In het deel Depressie worden 4 dingen duidelijk:
    • Hoe de medische interpretatie van depressie, slechts beperkte oplossingen biedt.
    • Welke oorzaken er wel vast te stellen zijn van depressie.
    • Hoe de depressieve mindset ontstaat.
    • Wat er in het hoofd van een depressief persoon gebeurt. Zafiris noemt dit ‘het innerlijke depressie-landschap’.
  • In het deel Levenslust vind je niet alleen een oplossing voor depressie, maar een stappenplan om jezelf, je cliënt of je geliefde in 30 dagen tijd naar levenslust te coachen.

Minpunten

  • Het ontbreekt aan grafieken.
  • Hoewel medische wetenschappers hier veel aan kunnen hebben, staat de toegankelijke, niet academische stijl, misschien in de weg.

Enkele jaren geleden kwam ik plotseling tot het besef dat ik depressief was; want hé, ik was al maanden lusteloos, slap, zag alles somber in en voelde me daar machteloos over. Maar toch, sleepte ik mezelf niet, zoals eigenlijk wel logisch was, naar de huisarts. Want, ik, ervaren psychotherapeut, wilde het graag zelf oplossen. Precies over deze ervaring schrijft mental coach Wassili Zafiris in zijn nieuwste boek Geluk is deprimerend. Want hoe kom je uit depressie naar levenslust zonder pillen?

Iedereen vindt een behandeling met antidepressiva totaal normaal, omdat we, volgens Wassili Zafiris geïndoctrineerd zijn met het ‘DSM-denken’ (statistisch medisch diagnostisch denken), vooral waar het langdurige neerslachtigheid betreft. In het bij veel hulpverleners gangbare (DSM5) naslagboekje over psychologische afwijkingen staan drie gradaties van depressie: licht, matig en zwaar. Welke van die drie iemand ‘heeft’, wordt gemeten naar het aantal van de in dit werkje opgesomde symptomen.

Medici kennen globaal twee soorten ingrepen: opereren of medicatie, stelt Zafiris. Maar een depressie eruit snijden is niet zo gangbaar, dus blijft medicatie over. Gebruik je eenmaal pillen, dan kom je daar niet zo snel van af. Zafiris’ analyse is, dat het medisch diagnostische denken de depressieve verschijnselen zelf – de symptomen dus – als de essentie van de ziekte beschouwt, en dat dit ervoor zorgt dat men niet naar een achterliggende oorzaak zoekt.

Voor een arts of psycholoog of psychiater, is het contact met depressieve cliënten/ patiënten weinig opbeurend: het gaat traag, vaag, somber en in een sfeer van hulpeloosheid. De impliciete vraag is: ‘Dokter doe iets!’ Maar: ‘kop op’, ‘niet zeuren’ of ‘joh, je moet gewoon alles wat zonniger inzien!’ helpen niet. Door het gebrek aan inzicht in de achterliggende oorzaken kunnen hulpverleners vaak niet veel doen. Maar ook zij die de oorzaken wel herkennen, missen vaak de psychotherapeutische vaardigheden. Medicatie is dan het ideale lapmiddel, want de meeste patiënten voelen zich er wel wat beter door.

Zafiris schildert, dat het kernprobleem bij depressie is dat aanhoudende neerslachtigheid vaak ontstaat door/na het wegdrukken, wegdenken en verdringen van de oorzaken. Met andere woorden, de patiënt kon ooit in zijn verleden met die oorzaken niet omgaan, en probeerde dit probleem dus maar uit zijn/haar hoofd te zetten. Denk aan opgegeven idealen, afgebroken carrières, ondraaglijke schuld, verloren liefdes, ziekte, abortus, faillissement, schaamte, verlies, getorpedeerde toekomstvisies, etc. Als ook de hulpverlener er niet naar op zoek gaat, verkleint dat de kans dat de patiënt ooit zal ontdekken waar het eigenlijk om gaat. En wanneer je niet weet wat je ooit uit je hoofd hebt gezet, wordt het lastig om dat alsnog onder ogen te zien en op te lossen.

Daarnaast is het natuurlijk voor een hulpverlener en een patiënt eenvoudiger te geloven dat iemand depressief is omdat hij een bepaald stofje te weinig of te veel in zijn of haar hersenen heeft. Met name ook, wanneer een arts denkt pillen ter beschikking te hebben waarmee die onbalans recht kan worden gezet. De farmaceutische industrie en de medische wetenschap hebben een indrukwekkende hoeveelheid kennis over die stofjes opgebouwd. Een eindeloze stroom publicaties van het hoogste technische gehalte dwingt heel veel respect af en psychotherapie lijkt daarnaast haast iets onbenulligs. Maar ook al toont onderzoek verminderde of vermeerderde activiteit in bepaalde hersendelen aan of een overdaad of gebrek aan bepaalde substanties in het brein, dan is daarmee nog niet bewezen dat een depressie ook daadwerkelijk daardoor ontstaat. Want het kan even goed het depressieve denken en voelen zijn dat tot de vermindering of vermeerdering van die activiteit of die stofjes leidt. En dat het laatste vaak zo is, blijkt meteen zodra een doelgerichte psychotherapie (of in Zafiris woorden, ‘coaching’) een depressie definitief oplost, en dat gebeurde bij voorbeeld bij Wassili Zafiris en bij mijzelf.

Bij ons werkte dat via een aantal zelf al doende ontdekte interventies, die bij Zafiris de basis vormen van Geluk is deprimerend. Dankzij onze jarenlange therapeutische routine konden we die zelf ontdekte aanpak ook met onszelf afmaken. Bij ons beiden was de neerslachtigheid daarna weg en kwam ook nooit weer terug. Als scepticus roep je dan: ‘Oh, als het zo makkelijk ging dan was het vast helemaal geen echte depressie! Het was maximaal een isolated depressive episode maar geen major depressive disorder.’ Maar wij concludeerden beiden iets anders: Bij ons was het: niks stofjes te veel of te weinig… Zodra we de passende gedachtenpatronen vonden ten aanzien van de oorzaak, was het daarmee gewoon opgelost. In zijn coachingspraktijk kon Wassili dat kunstje met depressieve cliënten nog heel vaak herhalen.

Maar helaas: doelgerichte psychotherapeutische interventies tegen depressie zitten nog maar bij weinig hulpverleners in hun gereedschapskist. Wel vind je vaak meer algemene methoden, zoals mindfulness of cognitieve gedragstherapie. En daarom… als jouw hulpverleners geen maatwerk kunnen leveren, dan moet jij het misschien ook maar eens zelf proberen. Wassili Zafiris’ Geluk is deprimerend, zal daarbij een prima leidraad zijn.

In zijn praktijk kwam Wassili Zafiris meestal de volgende oorzaken tegen: innerlijke eenzaamheid, een veranderd zelfbeeld en het idee met buitenproportioneel grote tegenslagen te kampen te hebben.

Bij mij kwam het doordat na mijn 55ste mijn zelfbeeld van ‘jonge hond’ niet langer in overeenstemming was met wat ik in de spiegel zag en hoe de mensen mij bejegenden. Ik liep bijvoorbeeld op het station een trap op met een zware koffer. Een aantrekkelijke meid lachte me toe… Ik werd even warm van binnen: ‘Zal ik U even met Uw koffer helpen?’ Een messteek! Ik ben een ouwe (lul) (zak) (knar) geworden! Maar dat accepteerde ik niet! Mijn zelfbeeld paste niet meer bij wie ik werkelijk was. Aan het einde van mijn doe-het-zelf-therapie, zag ik me als ‘oude jonge hond’, en dat paste opeens wel. Te makkelijk?

Nou is het probleem met gedeprimeerde mensen dat ze passief en energieloos zijn. Dus dat spreekt het hele idee tegen, dat een depressief iemand daadkrachtig en gedisciplineerd met een handleiding in zijn hand stapsgewijs aan de oplossing van zijn misère gaat zitten werken. Toch is Geluk is deprimerend daar wel voor bedoeld. Om die zelfwerkzaamheid toch mogelijk te maken heeft Zafiris het onderverdeeld in kleine stapjes. Hij heeft het zo geschreven, dat een futloze depressieveling met een aandachtsspanne van slechts zes minuten toch door dit programma heen kan komen.

Daarnaast moet ik ook stellen dat een vrolijk, levenslustig iemand, in dit boek niets te zoeken heeft, behalve dan uit professionele interesse. Een levenslustige therapeut leest het misschien in één dag uit en zal er veel van opsteken over het effectief werken met depressieve cliënten. Zo’n openminded deskundige, zal er door tot de slotsom komen, dat het gangbare paradigma ten aanzien van de behandeling van stemmingsstoornissen herzien moet worden.

Dankzij de veelvuldige korte samenvattingen kan een energieloos iemand er elke dag zeker 10 bladzijden in vooruit komen en in 30 dagen de weg vinden naar optimisme en blijheid. Daarbij is het ‘echt doen’ van de oefeningen wel een absolute voorwaarde voor succes.

Een van de belangrijkste dingen die dit boek mij leerde was, dat de huidige westerse cultuur impliciet ‘geluk’ als maatstaf heeft genomen, en dat dit op zich al een oorzaak van depressie is. Want wanneer je voortdurend fantastische doelen moet nastreven om ergens in de toekomst een voortdurende staat van geluk te bereiken, dan bouw je aan één dikke vette desillusie. De voortdurende stroom van reclame, de American dream op de TV, maar ook de positieve new age- en succescultussen, helpen veel mensen naar een zekere ontgoocheling.

Het bovenstaande deed me denken aan hoe de bergbeklimmer Hans Kammerlander, die 15 jaar van zijn leven besteedde aan het bereiken van de top van de verschrikkelijkste berg van de Karakoram, de K2 (8611 meter). Na zes, ternauwernood overleefde pogingen – ongeluk met maatje; drie nachten noodweer; lawine; net voor het goede weer vertrokken; geen vergunning gekregen; overtraining – bereikt hij uiteindelijk zijn doel. Op de top geniet hij inderdaad een tiental seconden van euforisch geluk. Maar ja… Hij is uitgeput en de meeste doden vallen op de afdaling.

Zafiris ontmythologiseert het streven naar het grote voortdurende geluk, om meteen daarna je de ogen te openen voor wat er in het hier en nu aan geluk te beleven valt. Op de achtergrond van dit boek speelt Zafiris’ onderzoeksvraag: Hoe denken en doen mensen die levenslustig zijn en blijven in contrast tot depressieven? Die vraag wordt in dit boek behoorlijk duidelijk beantwoord, waarbij een paar schema’s voor visueel ingestelde lezers wat extra overzicht zouden bieden bij hun eigenhandige herovering van levenslust.

Wanneer met behulp van Geluk is deprimerend jouw impliciete aannames over depressie en geluk op de schop zijn gegaan, ben je open voor het werken aan de verbetering van jouw ‘depressieve innerlijke landschap’. Dit begint met het onder ogen zien van dat je eenzaam bent of dat je iemand anders bent dan je denkt of dat er in het leven soms heel veel dingen tegen kunnen zitten en dat je daardoor bent vergeten wat een hoop mazzel je eigenlijk hebt.

Lucas Derks is een Nederlands sociaal psycholoog en beeldend kunstenaar. Derks is bekend als auteur en trainer op het gebied van NLP in Nederland en erbuiten.

Bron: Managementboek.nl